Welkom bij Burgergazet

Niks vernielen hier

Leden login

Wachtwoord vergeten?

Zaterdagmorgen

Tot niet zo lang geleden begon ik de zaterdagmorgen, tijdens het nuttigen van het ontbijt, altijd met het lezen van de fenomenale column van professor Bob Smalhout in De Telegraaf. Na zijn overlijden moesten we het korte tijd doen met de aimabele Geert-Jan Knoops, die werd opgevolgd door Hans Wiegel.

Geert-Jan Knoops is een uiterst kundig man op zijn vakgebied, wat trouwens ook geldt voor Hans Wiegel, maar hun ‘gerechten’ missen toch de smaakmakers die de columns van Smalhout zo uitzonderlijk maakten. Ook deze zaterdagmorgen (9/12) valt mij dat weer op.

Bij het lezen van zijn columns herken ik niet meer de enigszins flamboyante Wiegel die hij ooit is geweest. Sterker nog, voor mij onderscheidt hij zich zo langzamerhand niet meer van het legertje commentatoren/columnisten dat zich bezighoudt met het maken van zure dan wel afkeurende opmerkingen richting anders-denkenden.

Deze keer heeft Wiegel het over het idealisme van Thierry Baudet en zijn populistische optreden. De huidige Wiegel moet daar niets van hebben. Hij merkt onder meer op:
En dat goedkope gezeur dat je wordt betaald met belastinggeld. Dat is pas plat populisme.”

Ook stelt Wiegel dat Baudet het verleden idealiseert en dat we zo’n 150 jaar geleden hadden te maken met veel ellende zoals armoede, epidemieën, bar slechte huisvesting en kinderarbeid. Hier heeft Wiegel ongetwijfeld een punt.

Maar nu zijn vervolg:
“Vandaag houden regering en parlement zich met heel andere zaken bezig. Grote zaken, als de toekomst van Europa, de immigratie vanuit Afrika, de gevolgen van het haperen van de integratie. En andere ingewikkelde problemen, als het klimaat, het belastingstelsel, de arbeidsmarkt.” 

Wiegel eindigt zijn column met een vraag:
Het beeld van nostalgie, vuur en idealen, tegenover het regeerakkoord, partijpolitieke discipline, saaiheid en matig vertrouwen van de kiezer. Krijgt een onafhankelijke nieuwkomer daarom zoveel aandacht?”

Eerst maar even dat door Wiegel verfoeide populisme. Ik herinner mij nog (en u wellicht ook) een tv-uitzending uit 1972 waarin een jonge, ‘flamboyante’, Wiegel, breed armzwaaiend opmerkte: “Sinterklaas bestaat. Daar zit ‘ie, achter de tafel”, daarbij wijzend op de socialistische Joop den Uyl.

Heel kijkend Nederland (op een aantal socialisten na) heeft hiervan genoten en doet dat nog regelmatig als dit populistische toneelstukje weer eens wordt uitgezonden. Dat was de Wiegel die werd begrepen. Zonder deze vorm van plat populisme had Wiegel het nooit zo ver geschopt. Helaas is de Wiegel van toen de Wiegel van nu niet meer.

Zou hij niet doorhebben dat veel mensen zo langzamerhand spuugzat zijn van politici die met hun onbegrijpelijke draaikonterij, listen, leugens en bedrog ons voortdurend belazeren? Hij vraagt zich af hoe het komt dat iemand als Baudet zoveel aandacht krijgt.

Wiegel merkt op, dat regering en parlement zich bezighouden met grote zaken, als de toekomst van Europa, de immigratie vanuit Afrika, de gevolgen van het haperen van de integratie. En andere ingewikkelde problemen, als het klimaat, het belastingstelsel, de arbeidsmarkt.

Ik noem dat allemaal hoogdravende kretologie. Ook al omdat te veel politici niet worden gehinderd door enige kennis en Wiegel het maar steeds doet voorkomen dat we uitsluitend hebben te maken met doorgewinterde professionals. Dat is blijkbaar ook de reden dat hij niets moet hebben van referenda. Politici die door ons zijn gekozen om voor ons te beslissen en met hun ‘deskundigheid’ moeten we het doen tot de volgende verkiezingen, zo heeft hij wel eens laten weten.

Als je een slap, zwalkend politicus erop wijst, dat hij wordt betaald van belastinggeld, noemt Wiegel dat snibbig ‘plat populisme’. In tegenstelling tot het politieke circuit krijgen werknemers in het particuliere bedrijfsleven ontslag en worden niet doorbetaald als ze zomaar de boel de boel laten of in de bak zitten.

Ook opperhoofden in het bedrijfsleven die de kluit hebben belazerd, kunnen, financieel gezien, vaak een beroep doen op dezelfde soepele regels als politici. De ‘Maseratiman’ zou hier boeken over kunnen schrijven.

Als daar vanuit de bevolking opmerkingen over worden gemaakt (richting politici en opperhoofden), dan is het niet terecht om deze opmerking af te doen als ‘plat populisme’ met een gezicht erbij alsof je poep in de mond hebt.

Ik had Wiegel liever eens z’n kritiek horen uiten over ‘politici’ als Wassila Hachchi, Ybeltje Berckmoes en Peter Rehwinkel, om zo maar enkele te noemen. Ybeltje heeft het zelfs gepresteerd om bijna zes jaar lang de partij van Wiegel in de Tweede Kamer te vertegenwoordigen en daarbij in totaal ongeveer 80 woorden uit te spreken.

Wellicht dat Wiegel in zijn wekelijkse column eens aandacht wil besteden aan al die, door partijgenoot Rutte genoemde, gewone Nederlanders die door de overheid worden belazerd met ‘schone’ beloften. Beloften die worden gedaan en vervolgens niet worden nagekomen door mensen die, met of zonder enige kennis, voor de rest van hun leven financieel gebeiteld zitten. En dat allemaal omdat het in de politiek nu eenmaal zo is afgesproken.

Benadeelde burgers hebben niets met al die zogeheten grote zaken waar Wiegel het over heeft. En om een, volgens Wiegel plat populistische, opmerking te maken; die burgers mogen/moeten al die miljarden verslindende miskleunen (inclusief Europa), wèl betalen.

Als mensen als Baudet daar aandacht aan besteden en hardop hierover, in gewone mensentaal hun afkeuring durven uit te spreken, mag Wiegel dat plat populisme noemen; wat mij betreft kan het niet populistisch genoeg zijn.

 

Tags: , , , ,

Laat een reactie achter