Welkom bij Burgergazet

Niks vernielen hier

Leden login

Wachtwoord vergeten?

Tour de France 2018

Het is zondag 29 juli en het is de laatste dag van de Tour de France. Eigenlijk staat de uitslag al vast, want die laatste etappe naar Parijs is sinds mensenheugenis slechts een formaliteit.

De winnaar is Geraint Thomas, Tom Dumoulin behaalde een fantastische tweede plaats en Steven Kruijswijk werd vijfde in het algemeen Klassement.

Volgens mij is dit evenement de grootste buitensport gebeurtenis ter wereld. Via de NOS (maar ook via andere kanalen) hebben we de mogelijkheid gehad om bijna alles live te aanschouwen.

De fantastische beelden, zeker op toeristisch gebied, kregen we via de France televisie. Het commentaar werd bij de NOS verzorgd door Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot. Enkele ‘opvallende’ feiten. Beide commentatoren voelen elke dag weer een onbedwingbare lust om gemiddeld vier uur lang zonder enige onderbreking te kakelen. Ook als er even niets valt te vertellen.

Ze menen precies te weten wat de renners op welk moment dan ook denken en voelen. Vooral de laatste week, toen Geraint Thomas op de overwinning leek af te stevenen, hoorden we Herbert en Maarten maar steeds pogingen ondernemen om de voornaam van Geraint goed uit te spreken. Gerran, Gerreen, Cherran met of zonder t aan het eind, plus nog een aantal alternatieven werden ons voortdurend voorgehouden. En dat elke dag weer.

Je zou zeggen dat dit een prijzenswaardig alternatief is om correct te spreken, maar dat is slechts bedrog. Herbert en Maarten interesseren zich totaal niet voor de wijze waarop ze met ‘onze’ taal omgaan. Wielrenners rijden niet, maar rijen. Ze worden niet ouder maar ouwer. Ze rijden ook niet naar beneden, maar ze rijen naar benejen. “Het is al even gelejen dat we in de Pyreneeën naar benejen rejen.”

Maar zoals gezegd, de fantastische beelden, inclusief de fenomenale prestaties die werden geleverd, overtroffen mijn lichte ergernissen bij het commentaar van beide spreekstalmeesters. Ik heb ook een reactie gelezen van iemand die het beeldverslag maar niets vond. Het was volgens deze ‘toeschouwer’ maar een saaie vertoning.

Ik denk dan even aan de honderden uren zendtijd die worden besteed aan de voetbalsport. Negentig minuten met soms als toegift een verlenging van dertig minuten om te eindigen met een ‘spectaculaire’ uitslag van nul – nul. De ‘toeristische’ omgeving bestaat uit een grasmat plus de multimiljonairs die daarop hun ‘kunsten’ vertonen.

Voetballers waar soms tientallen miljoenen voor wordt betaald en die na afloop van een trieste, kleurloze wedstrijd durven te zeggen dat ze niet goed in de wedstrijd zaten. Waar ze gedurende die trieste momenten dan wél zaten, blijft altijd in nevelen gehuld. Natuurlijk krijgen de liefhebbers van deze sport zo af en toe wel enkele ‘pareltjes’ toegeworpen.

Ook mag ik voetballen en wielrennen niet met elkaar vergelijken en toch kan ik het niet laten. Ik zie multimiljonairs/voetballers die dagelijks evenveel verdienen (krijgen) als een Kamerlid per jaar en die bij een licht fysiek contact met een tegenstander met een van pijn verkrompen gelaat over een half voetbalveld rollen. Binnen no-time wordt een draagbaar aangevoerd en soms wordt de ‘acteur’ zelfs afgevoerd.

Natuurlijk zijn er wel ernstige blessures. Maar vaak zijn het slecht uitgevoerde toneelstukjes, ook wel schwalbes genoemd die zijn bedoeld om de tegenstander een oor aan te naaien en waar ze dus ook nog vorstelijk voor worden betaald.

Van alle ‘wielerdeskundigen’ die we de afgelopen weken hebben gezien en gehoord wil ik Thijs Zonneveld, als één van de betwetertjes, nog even noemen. Ooit beroepswielrenner, nu journalist bij het AD. Vrijdagavond werd hem gevraagd of Tom Dumoulin in staat zou zijn om in de individuele tijdrit de volgende dag Primoz Roglic zou weten te verslaan.

Met een lichte, hautaine glimlach liet Thijs weten dat dit onmogelijk zou zijn en dat Roglic zou winnen en Tom zou passeren in het klassement. Tom heeft door zijn fenomenale overwinning inmiddels bewezen, dat hij meer verstand heeft van de huidige wielersport dan Thijs.

Tijdens de Tour de France (maar ook bij andere wielerwedstrijden) zie ik een wielrenner met 80 km/uur tegen een wegafscheiding knallen (bijvoorbeeld door een lekke band) en die er vervolgens overheen wordt ‘getorpedeerd’. Je denkt even, dat zoiets niet valt te overleven, maar na enkele minuten stapt de renner, soms met gebroken schouder, sleutelbeen of knie weer op een vervangende fiets en rijdt nog een aantal kilometers door.

Een schwalbe in de Tour de France (de Giro en andere wielerwedstrijden) is ondenkbaar en zinloos. Ook al omdat het een individuele sport is. Voor mij zijn wielrenners, mannen en vrouwen, echte ‘bikkels’. Ik zie nog de verschrikkelijke ‘doodssmak’ voor mij van Annemiek van Vleuten tijdens de Olympische Spelen van 2016 in Rio. Veertien dagen geleden wist ze de Giro Rose op haar naam te schrijven.

In evenementen als de Tour de France moeten de renners drie weken lang elke dag weer (totaal zo’n zestig uur) ‘in de wedstrijd’ zitten, willen ze een kans maken op een hoge klassering. Een dag ‘niet in de wedstrijd zitten’ en buiten de tijdslimiet binnenkomen, kan ze doen belanden in de bezemwagen.

Het mag duidelijk zijn, dat ik de wielersport een warm hart toedraag. En als die ‘wijsneusjes’ als Thijs Zonneveld, Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot nu ook iets beter hun best gaan doen, kan het volgend jaar alleen nog maar mooier worden.

 

 

Tags: , , ,

Een Reactie op “ Tour de France 2018 ”

  1. Jaap on 29 juli 2018 at 15:27

    Aha.

Laat een reactie achter