Welkom bij Burgergazet

Niks vernielen hier

Leden login

Wachtwoord vergeten?

Naar de…

Leuk, die taalkronkels! Was de reactie van Ben van Kan op Taalkronkel 34. Dank voor de reactie namens de redactie, nummer 35 staat er ook alweer op.

Toch vind ik het zorgelijk, hoe onze taal lang maar zeker naar de ratsmodee wordt geholpen door gogen, logen, andere wetenschappers en politici. Voor alle duidelijkheid, het woord ratsmodee is ontstaan uit de Jiddische verbinding nooch der Aschmedaj, wat ‘naar de duivel, naar de bliksem, verdommenis gaan’ betekent en dat is precies wat er gaande is.

Tussen mijn twee dochters zit in leeftijd slechts 4 jaar verschil, maar op taalgebied blijkt dat een wereld van verschil. De oudste kreeg nog taalkundig en redekundig ontleden op de lagere school, maar voor de jongste was dat “niet meer nodig.” Interpunctie? “Nee, niet nodig.” Toen zij haar eerste sollicitatiebrief schreef, begon deze met een hoofdletter en eindigde met een punt. Daartussen was geen enkel leesteken te vinden.

Stel u voor, een operatiekamer met daarin een patiënt, wiens been dient te worden afgezet. De patiënt wordt onder narcose gebracht en net als de zeer bekwame chirurg het mes in het been wil zetten, wordt hij weggeroepen voor een spoedklus. Haastig schrijft hij een briefje voor zijn vervanger en legt dat op de patiënt. “Het rechterbeen niet, het linker.” In de haast zet hij echter de komma verkeerd, deze had namelijk achter rechterbeen moeten staan. Jammer, maar helaas, de patiënt heeft in de toekomst geen poot meer om op te staan en zie hier het belang van de komma…

Na wat bijles mijnerzijds, schrijft mijn dochter inmiddels de prachtigste brieven, ook al is dat ook niet meer nodig nu ze een geweldige baan heeft. Alleen het erbij en eraf, in plaats van plus en min is er niet meer uit te krijgen. Maar dat gaat over rekenen en daar heb ik het hier niet over.

Al googelend stuitte ik op een blog van vertaalbureau Tongo. Men schrijft: “Onze taal, het Nederlands, is één van de moeilijkste talen ter wereld. Uit onderzoek is gebleken dat er weinig talen zó overbodig en omslachtig zijn als het Nederlands.”
Vervolgens komen de bewijzen van overbodigheid en omslachtigheid. De woorden ‘de’ en ‘het’ blijken enorme struikelblokken. Waar bijvoorbeeld het Engels enkel ‘the’ kent, heb je in het Nederlands twee mogelijkheden. Zinloze mogelijkheden, zo vindt taalwetenschapper Sterre Leufkens, die vervolgens met nog een voorbeeld komt: wat betekent ‘het’ in ‘het regent’ eigenlijk? Zeg nu eerlijk, niets. Het is overbodig, zegt ze.

Die Sterre toch! Ik ben geen taalwetenschapper, maar zeg Ammehoela met een hoofdletter. In het Engels rains it, in het Frans pleurt il, in het Duits regnet es en in het Nederlands is ‘het’ overbodig, volgens Sterre. De Nederlandse taal bestaat volgens haar uit nog veel meer van dit soort overbodige grammaticale elementen.

Nog eentje. Het Nederlands is ook moeilijk dankzij de vele werkwoorden, meervoudsvormen en meervoudsuitgangen. Waar de Engelsen zeggen ‘I walk – we walk’, zeggen Nederlanders ‘ik loop – wij lopen’. Die ‘en’, voegt in principe niets toe. Want door het persoonlijke voornaamwoord ‘wij’, weten we toch al dat het om meervoud gaat?
Tjonge, gezellig met elkaar converseren in staccato-taal: “Was jij vakantie? Jij mooi weer had?” Wat? Regen? Niet leuk. Volgend jaar ander plek?

Tot slot vraagt Sterre zich af, waarom onze taal ‘zo moeilijk is. Welnu, daar blijkt één simpele reden voor. Door de jaren heen, waren er maar weinig mensen die het Nederlands als tweede taal aanleerden. Wanneer dit wél was gebeurd, dan zou de taal een stuk eenvoudiger zijn geworden. Iets wat met bijvoorbeeld de Engelse taal wel is gebeurd. Voor veel buitenlanders blijkt de Nederlandse taal dan ook geen pretje om te leren.

De vele Spanjaarden en Fransen die in ons land bleven hangen na revoluties voor de liefde, worden gemakshalve vergeten. De woorden embargo, escapade, poncho, sigaret, macho en tomaat hebben we helemaal zelf bedacht. Er zit ook geen enkel Frans woord in onze taal. Trottoir, bureau, toilet, horloge en affaire zijn zuiver Nederlands natuurlijk.

En dan de Duitsers. Zij waren in aantal lang de grootste migrantengroep in Nederland en daardoor hebben vele Nederlanders, ook ik, sowieso en überhaupt Duits bloed in d’aderen. Of, dat kan natuurlijk ook, zij hadden allemaal voor hun bezetting of emigratie al een inburgeringscursus met taalles gevolgd toen zij in ons land kwamen wonen.

Sterre Leufkens vergeleek in haar proefschrift het Nederlands onder meer met het Bantawa, het Bininj Gun-Wok, het Egyptisch-Arabisch, het Samoaans, het Sandawe, het Kharia, het Khwarshi, het Kayardild, het Teiwa, het Tidore, het Sheko en het Sochiapan Chinantec. Er werden maar liefst 22 talen door haar onderzocht op het voorkomen van niet noodzakelijke grammaticale elementen en regels.

Nou aanpassen dan maar, voortaan allemaal in mocro-Nederlands communiceren.
Ik herinner me een verhaal van een collega wiens zoon thuiskwam met een opstel dat bol stond van de rode doorhalingen en toch had hij een 8 gekregen voor het epistel. Toen de collega op een ouderavond vroeg naar het hoge cijfer ondanks de fouten was de reactie van de leraar, “u begrijpt toch waar het over gaat? Daar gaat het om.”

Nee, ik begrijp er niets meer van, maar dit ij moezzik even kweit dan wel legge.

 

Voor nog meer Sterre Leufkens, zie De Taalpassie van Milfje.

Of een artikel in de Volkskrant “Nederlandse taal is omslachtig en eigenaardig” van 2 januari 2015.

 

 

Tags: , , , ,

Laat een reactie achter