Welkom bij Burgergazet

Niks vernielen hier

Leden login

Wachtwoord vergeten?

Misstanden in de rechterlijke en bestuurlijke macht (2)

Vrouwe-Justitia-660x443Nu had ik tevoren overlegd met mijn advocaat over de vraag of ik de rechters moest wraken als mijn verzoek tot getuigen werd afgewezen. Hij vond dat ik dat niet moest doen. Dus heb ik dat ook niet gedaan. Ik weet nog steeds niet of het verstandig was om dat advies ter harte te nemen. Want hiermee leg ik toch mijn lot in handen van deze rechters.

Kijk, deze rechters zijn directe collega’s van Mr. Dölle, die Jasper Steringa heeft veroordeeld. Rechters in dezelfde rechtbank, drinken nu eenmaal regelmatig koffie met elkaar. Als je mijn boek leest, met name het verslag van die rechtszitting, dan begrijpt elke sterveling dat Dölle de ‘bekentenis’ van Jasper ook niet geloofde. Maar hij kon niet anders dan Jasper te veroordelen vanwege de politieke belangen.

Stel nu even dat Dölle tegen Jasper had gezegd: Ik geloof u verhaal niet! Ik spreek u vrij want u houdt hier een kletsverhaal op! Het is voor mij duidelijk dat u gecoached bent door de recherche. Dat had nog best gekund, ware het niet dat Dölle daar in feite ook mee zegt: Ik geloof niet dat het OM uw DNA op Marianne heeft gevonden! En dat kan natuurlijk niet. Geen rechter mag zeggen dat het OM en het NFI de boel belazerd hebben. Zeker niet met een DNA match die het gevolg was van een peperduur grootschalig verwantschapsonderzoek op kosten van de belastingbetaler. Dan is de ramp niet te overzien!

Een vrijspraak van Jasper zou de fundamenten onder de integriteit van onze rechtsstaat wegslaan. Een vrijspraak van Jasper zou de automatische vraag teweeg hebben gebracht: Hoe kan het OM dan in hemelsnaam zijn DNA op Marianne hebben gevonden? De rechter die Jasper niet gelooft en vrijspreekt, bestaat niet. Want zo’n rechter hangt de halfgoden van Justitie, Joris Demmink en Harm Brouwer, Henk Mous en Annette Bronsvoort ook aan de paal. Dat mag natuurlijk nooit gebeuren.

Ik maak mij daarom geen illusies dat deze rechtbank mij vrij zal spreken van smaad. Het is een rechtbank in Leeuwarden, met rechters die hun collega Dölle niet in verlegenheid willen brengen. Ook om die reden moet de zaak in een ander arrondissement worden gedaan. Niet dat ik denk dat rechters in andere delen van het land de moed hebben om mij mijn verhaal te laten bewijzen, maar een ander parket neemt in elk geval de schijn van belangenverstrengeling weg.

De officier mocht beginnen met het verwoorden van de aanklacht. Hij vertelde dat het delict waar het om ging smaadschrift was. Nadrukkelijk had hij laster weggelaten uit de aanklacht, omdat het OM geen aanwijzingen had kunnen vinden dat de verdachten weten dat de beweringen over Wolfgang niet de waarheid zijn.

Laster is immers een delict waarbij iemand bewust de goede naam van iemand besmeurt met aantijgingen in de wetenschap dat het leugens zijn. De officier wilde dan ook bij voorbaat voorbijgaan aan de vraag of de stellingen over Wolfgang Hebben de waarheid zijn. Wat hem betreft ging het vooral om de vraag of die stellingen ‘onnodig grievend’ zijn. Dat was volgens hem het relevante criterium. Mocht smaadschrift niet bewezen kunnen worden dan wilde hij er ‘belediging’ van maken, een minder zwaar delict dan smaad. Uiteraard heb je tijdens de zitting niet de tijd om dit allemaal te kunnen verteren. Die tijd heb je pas achteraf, en dan kom ik tot de conclusie dat de officier kennelijk een eigen sausje over de wet gooit. Nergens staat in wetsartikel over smaad dat het een criterium is dat de uitlatingen ‘onnodig grievend moeten zijn.

Artikel 261
1) Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de 3e categorie.

2) Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen, of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de 3e categorie.

3) Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.

Er wordt slechts gesteld dat van smaad geen sprake is als 1) de dader te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en 2) dat het algemeen belang de tenlastelegging eiste. Dat zijn de twee criteria die getoetst dienen te worden om vast te stellen of er sprake is van smaad. Het criterium van ‘onnodig grievend’ komt in de wet niet voor.

Wim Dankbaar

Tags: , ,

Laat een reactie achter