Welkom bij Burgergazet

Niks vernielen hier

Leden login

Wachtwoord vergeten?

Hoe vrij is de vrijheid van meningsuiting?

De vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Alles moet kunnen worden gezegd en er mogen geen taalkundige belemmeringen bestaan, menen diverse deskundigen hoewel ‘haatzaaien’ een moeilijk begrip blijft.
Politici mogen worden vergeleken met drieletterige knaagdieren die dan ook nog eens een keer vuil zijn en kinderen mogen worden bedolven onder menselijke resten. Waar twijfel over bestaat, kan worden geschrapt dan wel aangepast.

Zo is ‘De negerhut van oom Tom’ inmiddels ‘omgebouwd’ tot ‘De hut van oom Tom’. Nu we het toch over hutten hebben; er bestaan inmiddels hutten waarin tussenbeense activiteiten worden bedreven en die als omkoopproject zijn bedoeld.

Kortom, we mogen praktisch alles zeggen en schrijven. En mochten de ‘deskundigen’ het toch niet eens kunnen worden, dan kunnen bepaalde teksten altijd nog onder het hoofdstuk ‘humor/cabaret’ worden gerangschikt.

Sommige woorden worden ook wel ‘straattaal’ genoemd. Het bekt lekkerder en het komt beter over. ‘Klootzak’ ombouwen tot ‘teelballenbewaarplaats’ ligt nu eenmaal niet voor de hand. Maar is de vrijheid van meningsuiting eigenlijk wel zo vrij? Zo maar een voorbeeld uit de dagelijkse praktijk.

Bea (32) staat voor een klas met kinderen van gemiddeld zes jaar. Daarbij zijn ook kinderen met een ‘rugzakje’, zoals die tegenwoordig worden noemen. Een van de leerlingen, waarvan de ouders uit een Noord-Afrikaans land komen, scheldt Bea tijdens de les uit voor vuile hoer en laat tevens weten dat hij van haar niets hoeft aan te nemen. Dat heeft zijn vader hem verteld. Bea laat het manneke in duidelijk Nederlands weten dat ze het niet met hem eens is.

Het manneke springt overeind, schopt Bea tegen de benen en bespuugt haar. Bea bukt zich om aan haar been te voelen en vervolgens stompt het etterbakje haar in het gezicht. Over dit ‘voorval’ valt nauwelijks te praten. De vader van deze jeugdige tropische medeburger is het met zijn zoon eens en vindt, dat alle Nederlandse vrouwen hoeren en matrassen zijn. Het schoolhoofd staat erbij, kijkt ernaar en zwijgt.

Bea is verontwaardigd, boos en verdrietig. Nadat vader en zoon zijn vertrokken, verwacht ze van de directeur dat hij maatregelen neemt. Ze is zich ervan bewust dat ze zich wel eens diplomatieker heeft uitgedrukt, maar gezien de gebeurtenissen, inclusief een blauw oog, meent ze, dat ook zij het recht heeft op een mening en die mag uiten. Ze zal niet ontkennen dat ze het schoolhoofd een ‘slappe zak’ heeft genoemd, omdat hij het niet voor haar heeft opgenomen en de vader geen strobreed in de weg heeft gelegd.

Tot haar verbijstering krijgt ze te horen, dat ze hier beter niet over kan praten, want vóór je het weet, word je uitgemaakt voor racist en heeft de school een slechte naam. De vader heeft dus gebruik (misbruik) gemaakt van zijn ‘recht’ op de vrijheid van meningsuiting en kan dit straffeloos doen, terwijl de gedupeerde, in dit geval Bea, haar mond dient te houden, wil ze haar baantje behouden. Van het schoolhoofd krijgt ze het ‘advies’ een de-escalatiecursus te volgen.

De vrijheid van meningsuiting betekent voor Bea dat ze haar mond dient te houden, daar ze anders moet vrezen haar baan kwijt te raken en niet zomaar (door het ontbreken van een waarheidsgetrouw getuigschrift) ergens anders aan de slag kan komen.

Vrijheid van meningsuiting; op papier een krachtige verworvenheid, maar voor velen slechts een uitspraak met de kracht van een papieren tijger.

 

 

 

Tags: , , ,

Laat een reactie achter