Welkom bij Burgergazet

Niks vernielen hier

Leden login

Wachtwoord vergeten?

Drie wijzen

Ik wil het eens hebben over drie ‘wijzen’. Nee, niet uit het oosten, maar gewoon uit Nederland. In willekeurige volgorde zijn dat hoogleraar en terrorisme-expert Beatrice de Graaf, Hjalmar van Marle, emeritus hoogleraar forensische psychiatrie en Peter van Koppen, hoogleraar rechtspsychologie.

Drie knappe koppen die echt wel iets hebben gepresteerd alvorens ze het zover hebben gebracht. Het zijn alle drie wetenschapsbeoefenaars die we voor het gemak wetenschappers zullen noemen.

‘Wetenschap’ is volgens de definitie het systematisch geordende geheel van het weten en van de regels waarmee verdere kennis kan worden verkregen.

Veel mensen menen ‘iets’ te weten, maar in veel gevallen blijkt het dan slechts een mening te zijn. Anders gezegd, wat men van iemand of iets vindt en hoe men oordeelt. Een mening is meestal niet gebaseerd op een zogeheten wetenschappelijke onderbouwing. En daarover liggen de wetenschappers en niet-wetenschappers nog wel eens met elkaar in de clinch.

Niet-wetenschappers mogen zich op veel terreinen ook wel ervaringsdeskundige noemen. Een ervaringsdeskundige is een persoon die door gerijpte en doorleefde ervaring van tegenslag, ziekte, beperking, lotgeval of levensomstandigheid in staat is om de kennis die niet door studie of onderwijs maar door deze ervaring is opgedaan, te benutten (bron: Wikipedia).

Wat de wetenschapper door vele jaren studie of onderwijs tot zich heeft genomen, heeft de ervaringsdeskundige zonder deze studie of onderwijs, vaak ongevraagd, door gerijpte en doorleefde ervaringen op zijn/haar bordje gekregen. Het komt nog wel eens voor, dat de wetenschapper en de ervaringsdeskundige lijnrecht tegenover elkaar komen te staan.

Zonder ‘de wetenschap’ hadden we dit digitale tijdperk, de ruimtevaart en de medische ontwikkelingen, om maar enkele willekeurige onderwerpen te noemen, wel kunnen vergeten. Maar zo gauw het gaat over menselijke, (of onmenselijke) zaken, begint het ‘gedonder’. Vandaar dat ik, niet geheel toevallig, drie wetenschappers heb gekozen die alle drie op een geheel eigen wijze uitspraken doen over misdaad, ‘het kwaad’ en straf.

De wetenschappers moeten het dan doen met de taal. Er bestaan wetten dan wel regels waar men zich aan moet houden. Wetenschappers willen zich graag houden aan de letter van de wet en niet aan de geest. De taal zou het voertuig van de geest moeten zijn, zoals de dichter Driek van Wissen ooit heeft opgemerkt, maar dat is tot op heden maar ten dele gelukt.

Ik wil het nogmaals (zie mijn bijdrage van 29/2 – “Indrukwekkend”, op deze site) graag hebben over de open brief die Wim Faber heeft geschreven naar aanleiding van de afgrijselijke moord op zijn dochter Anne (eind september 2017) en de reacties die deze brief heeft veroorzaakt, inclusief de reacties van diverse wetenschappers.

Mensen, dus ook wetenschappers en ervaringsdeskundigen, liggen al sinds hun ontstaan in de clinch over de ‘juiste’ betekenis van alle miljarden teksten die er inmiddels bestaan. Hoogleraar Beatrice de Graaf heeft onder meer een essay geschreven over ‘het kwaad’ (Trouw 14/10/17). Wetenschappers mogen in discussies geen straattaal gebruiken, want dat is wetenschappelijk niet verantwoord, aldus Beatrice. Ze leeft volgens een religieuze levensbeschouwing en dat kun je in haar teksten dan ook terugvinden. Nu vind ik religie duidelijk geen wetenschappelijk onderwerp, maar daar denkt Beatrice dus duidelijk anders over.

Eén van haar stellingen luidt:
De vraag naar het waarom van het kwaad is volledig geseculariseerd (H.M.: onttrokken aan kerk en geloof). Het hedendaagse spreken over kwaad gebeurt in wraakzuchtige en onbarmhartige taal, zonder uitzicht op verlossing.”

Nu heb ik de indrukwekkende open brief van Wim Faber met diep ontzag gelezen en herken hierin niet de ‘wetenschappelijke’ stellingen van Beatrice. De heer Faber heeft z’n eigen onderzoek uitgevoerd en heeft dat, inclusief de daaruit voortvloeiende vragen op papier gezet. En ik kan het niet genoeg benadrukken, op indrukwekkende wijze.

Komen we bij hoogleraar Peter van Koppen. Van hem lees ik in De Stentor van 31 mei de uitspraak: “Rechters moeten geen sorry gaan zeggen.” Hij merkt ook nog op, dat rechters heel terughoudend zijn om tbs op te leggen als er geen helder advies is van een psychiater en psycholoog. Ze moeten dan volgens hun eigen waarneming beslissen en doen dat liever niet.

Ze kunnen volgens Van Koppen niet het zekere voor het onzekere nemen, dat zou de geloofwaardigheid van ons rechtssysteem raken. In de brief van Faber komt onder meer het volgende citaat voor: “Iemand die doet wat P. in 2010 deed met de minderjarige slachtoffers, moet wel gestoord zijn.” Dit zegt de officier van justitie ook letterlijk in zijn requisitoir in 2010. De feiten zijn bizar, mensonterend en pervers. P. is dus de persoon die wordt verdacht van de moord op Anne.

Van Koppen merkt nog op: “Het is lastig om psychopaten aan te pakken. Die hebben de gave om zich voor te doen als een doodnormaal iemand.” Daar weet hoogleraar Hjalmar van Marle veel, zo niet alles van. Ook hij is als wetenschapper in zijn beoordeling, nu dertig jaar geleden, de mist ingegaan.

Hij liet als geneesheer-directeur van de gevangenis in Groningen de zware crimineel Willem-Jan van der S. een avondje onbegeleid stappen, wat nog dezelfde avond resulteerde in de verkrachting en moord op de 22-jarige Lucia Burgdorffer. Dit voorbeeld heb ik ook al in het artikel ‘Indrukwekkend’ op 29 mei genoemd.

Het siert Van Marle dat hij zich vervolgens niet verschool achter wetenschappelijke teksten, zoals Beatrice het graag heeft, maar gewoon liet weten dat hij woedend was en zich verneukt voelde door de moordenaar. Hij bezigt hier voor iedereen begrijpelijke straattaal. Ik juich dat in bepaalde gevallen van harte toe. Taal moet immers duidelijkheid verschaffen en geen afstand creëren.

Inclusief de visie van hoogleraar Van Koppen, mogen wij, niet wetenschappers en soms ook nog ervaringsdeskundigen, vaststellen dat een psychopaat in veel gevallen niet als psychopaat is te herkennen, zelfs niet door ‘wijze’ wetenschappers, zoals ook Van Marle 30 jaar geleden al heeft moeten constateren.

Het stoort mij dan ook mateloos, dat er telkens weer ‘wijzen’ opstaan die roepen dat zij met al hun vermeende wetenschappelijke kennis gelijk hebben en dat wij, het gepeupel, straattaal gebruiken en niet weten waar we het over hebben.

Ik haal nog maar even de eerdergenoemde definitie van een ervaringsdeskundige aan. “Een ervaringsdeskundige is een persoon die door gerijpte en doorleefde ervaring van tegenslag, ziekte, beperking, lotgeval of levensomstandigheid in staat is om de kennis die niet door studie of onderwijs maar door deze ervaring is opgedaan, te benutten.”

Naast vele anderen is de vader van Anne Faber zo’n ervaringsdeskundige. Zijn gevoelens van pijn, diep verdriet en onmacht heeft hij op een welhaast miraculeuze wijze op papier gezet. Een wijze die is gebaseerd op feitenmateriaal en waarbij je de gevoelsmatige en diepmenselijke elementen tussen de regels door kunt lezen.

Een wijze waar taal voor is bedoeld. Een menselijke, verhelderende uiting waartoe alleen sommige ervaringsdeskundigen tegen wil en dank, in staat moeten worden geacht en de wetenschappers zich nog wel eens mogen afvragen of hun, in veel gevallen, elitair en badinerend, geleuter niet nodig moet worden herzien dan wel aangepast.

Tags: , , , ,

Laat een reactie achter